stom (bn.)
1 niet in staat om te spreken => afoon
2 dom
3 vervelend, eentonig
4 [taalk.] (van klinkers) onbeklemtoond, toonloos


boer (de ~ (m.), ~en)
1 iem. wiens bedrijf bestaat uit landbouw en/of veeteelt => agrariƫ2 [pej.] plattelandsbewonerr
3 [bel.] lomperd
4 [spel] speelkaart die in rang staat tussen de vrouw en de tien
5 geluid, veroorzaakt door oprisping van gassen uit de maag

Boer (de ~ (m.), ~en)
1 Hollands sprekende kolonist in Zuid-Afrika.